Transitievergoeding verschuldigd bij dienstverband van exact 24 maanden?

Heeft een werknemer recht op een transitievergoeding als de arbeidsovereenkomst exact en tenminste 24 maanden heeft geduurd? De kantonrechter Maastricht oordeelde recent deze vraag bevestigend.De feiten

Werknemer is op 11 augustus 2014 op grond van een schriftelijke arbeidsovereenkomst bij werkgever in dienst getreden in de functie van Senior Projectleider. De arbeidsovereenkomst is aangegaan voor de duur van één jaar. Aansluitend hebben partijen een tweede arbeidsovereenkomst gesloten voor dezelfde duur en dezelfde functie. De tweede arbeidsovereenkomst vermeldt dat deze van rechtswege eindigt op 10 augustus 2016. Bij brief van 16 juni 2016 heeft de werkgever de werknemer schriftelijk geïnformeerd (aangezegd) dat de arbeidsovereenkomst niet wordt verlengd en dat 10 augustus 2016 de laatste werkdag is.

Werknemer stelt dat hij in aanmerking komt voor een transitievergoeding omdat de arbeidsovereenkomsten tezamen 24 maanden hebben geduurd. De werkgever betwist dat en stelt dat de arbeidsovereenkomst minder dan twee jaar heeft geduurd en dat er een recht op transitievergoeding bestaat als de arbeidsovereenkomst langer dan 24 maanden heeft geduurd.

 

Wetsgeschiedenis

De werknemer start een procedure, waarin de werkgever verwijst naar de wetgeschiedenis. Ingevolge artikel 7;673 lid 1 BW is de werkgever aan de werknemer een transitievergoeding verschuldigd indien (voor zover hier van belang) de arbeidsovereenkomst tenminste 24 maanden heeft geduurd. Taalkundig kan deze bepaling niet anders uitgelegd worden dan dat er recht bestaat op een transitievergoeding indien de arbeidsovereenkomst 24 maanden of langer geduurd heeft. De werkgever verwijst  naar diverse passages waaruit blijkt dat is beoogd wettelijk vast te leggen dat bij een arbeidsovereenkomst van 24 maanden of langer de werknemer recht heeft op een transitievergoeding.

Het oordeel van de rechter (ECLI:NL:RBLIM:2017:2220)

De kantonrechter in Maastricht oordeelt op 9 maart 2017 dat de werknemer recht heeft op een transitievergoeding die exact en dus ten minste 24 maanden heeft geduurd.

De werkgever doet in de procedure een beroep op een uitspraken van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 30 juni 2016 (AR 2016-0726) en de kantonrechter van 30 augustus 2016.Volgens de kantonrechter Maastricht gaat deze beschikkingen uit van een onjuiste lezing van artikel 7:673 lid 1 BW.

Het verzoek van de werknemer wordt toegewezen.

Conclusie

De kantonrechter Maastricht kent de transitievergoeding toe omdat het dienstverband exact en daarom 24 maanden heeft geduurd. Eerder oordeelde de kantonrechter Zeeland-West-Brabant en Amsterdam anders. Onduidelijk is hoe andere rechters gaan oordelen over deze kwestie.