Antwoorden op Kamervragen over slapende dienstverbanden en transitievergoeding

De Kamer heeft vragen gesteld aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de aanhoudende problemen met slapende dienstverbanden, waardoor werknemers geen aanspraak kunnen maken op hun transitievergoeding. De Minister heeft antwoord gegeven op 19 februari 2018.Stand van zaken wetsvoorstel

De behandeling van het ‘Wetsvoorstel houdende maatregelen met betrekking tot de transitievergoeding bij ontslag wegens bedrijfseconomische omstandigheden of langdurige arbeidsongeschiktheid’ is na het aantreden van het kabinet weer gestart. Inmiddels zijn ook in samenspraak met het UWV de ministeriele regelingen verder uitgewerkt. Er wordt thans een uitvoeringstoets uitgevoerd, waarna de verdere behandeling door de Kamers kan worden opgepakt.

Streefdatum inwerkingtreding

Er wordt naar gestreefd om de maatregel met ingang van 1 januari 2020 in werking te laten treden.

Compensatie transitievergoeding

De minister trekt zich de zorgen aan van de werknemers die gedurende langere tijd na afloop van de loondoorbetalingsperiode bij ziekte in onzekerheid verkeren over het (moment van beëindiging van) hun arbeidsovereenkomst en de transitievergoeding die daarmee gemoeid is. Als het wetsvoorstel wordt aangenomen, kunnen werkgevers die na 1 juli 2015 de transitievergoeding al hebben verstrekt, indien aan de voorwaarden is voldaan, aanspraak maken op compensatie, ongeacht hoe lang geleden de transitievergoeding is betaald.

Prikkel voor werkgevers

Indien een werkgever de werknemer uiteindelijk ontslaat na een periode van een slapend dienstverband dan zal hij de transitievergoeding moeten berekenen over de gehele duur van de arbeidsovereenkomst, maar wordt hij niet gecompenseerd voor de transitievergoeding die hij verschuldigd is over de periode dat het dienstverband slapend wordt gehouden.

Bron: Tweede Kamer der Staten-Generaal 1208 Vergaderjaar 2017-2018