Belemmeringsverbod Waadi beschermt geen ZZP’ers

Een werknemer treedt na een detachering in dienst bij de inlener als ZZP’er. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de ZZP ‘er geen beroep toekomt op het belemmeringsverbod van de Waadi.

Artikel 9a Waadi

In artikel 9a van de Wet Allocatie Arbeidskrachten door Intermediairs (Waadi) is een belemmeringsverbod opgenomen. Dit houdt in dat de uitlenende partij de werknemer niet mag belemmeren in dienst te treden bij de inlenende partij na afloop van het dienstverband.

Wel mag de inlener aan wie de werknemer ter beschikking wordt gesteld afgesproken worden dat deze een redelijke vergoeding moet betalen bij de overstap.

De feiten

De werknemer is in dienst als GGZ-verpleegkundige bij Focus on Human Holding BV (FOH). FOH detacheert de werknemer bij een huisartsenpraktijk. In de arbeidsovereenkomst tussen FOH en de werknemer is een non-concurrentie- en relatiebeding opgenomen. De werknemer zegt uit ontevredenheid zijn arbeidsovereenkomst op en gaat vervolgens als ZZP ér aan de slag. Volgens het handelsregister in de Kamer van Koophandel houdt zijn eenmanszaak zich bezig met GGZ-behandeling, coaching en begeleiding. De detacheringsovereenkomst tussen FOH en de huisartsenpraktijk bevat geen concurrentie- of relatiebeding.

De kantonrechter heeft geoordeeld dat de werknemer in strijd handelt met het concurrentie- en relatiebeding door na zijn uitdiensttreding bij FOH bij de huisartsenpraktijk te blijven werken.

Het oordeel van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2016:142)

De werknemer gaat in hoger beroep bij het Gerechtshof en betoogt onder meer dat het concurrentie- en relatiebeding vernietigbaar is op grond van artikel 9a Waadi. Het Gerechtshof oordeelt op 12 januari 2016 dat de werknemer zich niet op het zogenaamde belemmeringsverbod kan beroepen. Artikel 9a WAADI ziet immers slechts op de situatie waarin de huisartsenpraktijk na afloop van de terbeschikkingstelling de werknemer in dienst zou nemen. Daarvan is volgens het Gerechtshof geen sprake. De werknemer wil zijn werkzaamheden als ZZP’er voortzetten. Naar het oordeel van het Gerechtshof geniet de werknemer in de hoedanigheid van zelfstandig ondernemer niet de bescherming van het belemmeringsverbod. Het concurrentiebeding is derhalve niet nietig. Wel wordt het beding door het Gerechtshof op grond van artikel 7:653 lid 2 (oud) BW gematigd.