De c-grond: veelvuldig ziekteverzuim

Een van de ontslaggronden is de regelmatige afwezigheid c.q. uitval vanwege ziekten, de zogenaamde c-grond. Uit een recente uitspraak blijkt dat het voor grote werkgevers niet eenvoudig is een ontbinding van de arbeidsovereenkomst op deze grond te verkrijgen.Het wettelijk kader artikel 7:699 lid 3 sub c BW

Regelmatige afwezigheid c.q. uitval vanwege ziekte kan volgens artikel 7:699 lid 3 sub c BW een grond zijn voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Er gelden echter strikte voorwaarden:

  • het niet regelmatig kunnen verrichten van de bedongen arbeid als gevolg van ziekte of gebreken heeft voor de bedrijfsvoering onaanvaardbare gevolgen;
  • het met regelmaat niet verrichten van de werkzaamheden is niet het gevolg van onvoldoende zorg van de werkgever voor de arbeidsomstandigheden;
  • het is aannemelijk dat binnen 26 weken, of bij een werknemer die de in artikel 7 van de AOW bedoelde leeftijd heeft bereikt 6 weken, geen herstel zal optreden én
  • dat binnen die periode de bedongen arbeid niet in aangepaste vorm kan worden verricht.

De feiten

De werknemer is sedert 1981 werkzaam bij een werkgever met ongeveer 475 medewerkers in dienst. Vanaf medio 2005 is de werknemer werkzaam als senior actuaris. De werknemer is in de afgelopen jaren veelvuldig ziek geweest. De redenen voor het verzuim zijn niet arbeidsgerelateerd. Het aanpassen van de werkplek heeft niet geleid tot minder ziekteverzuim. UWV wijst de ontslagaanvraag van werkgever op grond van veelvuldig ziekteverzuim af.

De werkgever verzoekt vervolgens de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden op de c-grond. De werkgever stelt dat het ziekteverzuim tot organisatorische problemen leidt en dat het niet meer verantwoord is een beroep te doen op de collegialiteit van directe collega’s. Tevens heeft de veelvuldige afwezigheid financiële gevolgen in die zin dat er zzp-ers of uitzendkrachten moeten worden ingehuurd en dat de situatie ten koste gaat van de dienstverlening aan klanten.

Het oordeel van de rechtbank Limburg (ECLI:NL:RBLIM:2017:2900)

Vast staat dat de werknemer bij regelmaat de bedongen arbeid niet heeft kunnen verrichten vanwege ziekte of gebreken. Aannemelijk is tevens dat herstel niet binnen 26 weken zal optreden en kan de bedongen arbeid niet in aangepaste vorm worden verricht. Ook ander passend werk is geen optie om het verzuim te verminderen.

De kantonrechter Maastricht oordeelt dat als uitgangspunt heeft te gelden dat ziekteverzuim voor risico en rekening van de werkgever is. Het is aannemelijk is dat het frequent afwezig zijn van de werknemer organisatorisch en financieel nadelig is voor de werkgever, dat het inschakelen van externen extra tijd kost, dat het overnemen van werkzaamheden tot een hogere werkdruk leidt voor de andere collega’s en dat dit omzetgevolgen heeft. Daarmee is echter onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het ziekteverzuim zodanige ingrijpende gevolgen heeft dat de arbeidsovereenkomst moet worden beëindigd. Ondanks dat het verzuim wellicht verstorend werkt en van enige invloed is op de productiviteit en omzet, mag van een werkgever zeker van deze omvang worden gevergd dat zij dit probleem op een andere wijze oplost dan door ontbinding door de arbeidsovereenkomst. Onaanvaardbaar voor de bedrijfsvoering is deze situatie niet, aldus de kantonrechter.

Conclusie

Het blijkt maar weer hoe lastig het is om de arbeidsovereenkomst met een werknemer die veelvuldig afwezig is wegens ziekte op die grond te ontbinden, zeker voor een grote werkgever. Met de werknemer zal daarom moeten worden getracht een andere oplossing te vinden.