E-mail advocaat voldoet aan schriftelijkheidsvereiste

De wet bepaalt (artikel 7:670b BW) dat een beëindigingsovereenkomst schriftelijk moet zijn aangegaan. Tot nu toe was onduidelijk of een e-mailwisseling tussen de gemachtigden van partijen voldoet aan het schriftelijkheidsvereiste of nog moet worden opgevolgd door een door partijen zelf ondertekende vaststellingsovereenkomst. Recent oordeelde hierover een kantonrechter.De beëindigingsovereenkomst, het schriftelijkheidsvereiste

De wet bepaalt in artikel 7:670b BW dat een beëindigingssovereenkomst schriftelijk moet zijn worden aangegaan. Aan het schriftelijkheidsvereiste ligt een bijzondere waarborg ten grondslag dat een werknemer de voor hem bezwarende consequenties goed heeft overwogen.  Uit de wetsgeschiedenis is af te leiden dat het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:670b BW niet zover gaat dat de bedenktermijn pas gaat lopen na ondertekening door partijen van de vaststellingsovereenkomst.

Uit de jurisprudentie blijkt dat met mededelingen per Whatsapp en met akkoordverklaringen per e-mail en sms voldaan kan worden aan het schriftelijkheidsvereiste en dat de bedenktermijn op dat moment gaat lopen. Maar hoe zit het dan als tussen gemachtigden van partijen schriftelijke overeenstemming is bereikt? Moet deze overeenstemming dan nog gevolgd worden door een door beide partijen zelf ondertekende vaststellingsovereenkomst?

De feiten

De werknemer is sinds 1985 in dienst bij de werkgever. In 2014 en 2015 doen zich conflicten voor. Partijen hebben op 29 januari 2016 overeenstemming bereikt over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst per 1 juni 2016. De werknemer stelt van niet, omdat de vaststellingsovereenkomst niet door partijen is ondertekend. Volgens de werknemer is niet voldaan aan artikel 7:670b BW en is ingevolge artikel 7:690b lid 2 BW niet aangevangen.

Het oordeel van de kantonrechter Leiden

De kantonrechter oordeelt op 7 december 2016 dat de gemachtigde van werknemer per e-mail de overeenstemming van werknemer heeft bevestigd op 29 januari 2016. Het betoog van werknemer dat uit de e-mail niet kan worden opgemaakt of de gemachtigde de werknemer ook over de beoogde regeling heeft geïnformeerd en/of de werknemer zelf haar instemming heeft gegeven, wordt door de kantonrechter verworpen. De werknemer heeft zich bij de onderhandelingen laten bijstaan door een gemachtigde. De slotsom is dat de bedenktermijn op 29 januari 2016 is aangevangen en al verstreken is op het moment dat de werknemer er gebruik van heeft willen maken.

Conclusie

In de rechtspraak is al eerder uitgemaakt dat met de akkoordverklaring per Whatsapp of SMS aan het schriftelijkheidsvereiste is voldaan. De kantonrechter in Leiden oordeelt dat ook aan het schriftelijkheidsvereiste is voldaan als de gemachtigde bevestigd dat er overeenstemming is over de essentialia van de overeenkomst.

In dat geval gaat de bedenktermijn lopen en is niet vereist dat de vaststellingsovereenkomst eerst wordt opgevolgd door ondertekening van de vaststellingsovereenkomst door partijen.