Eerste uitspraak kantonrechter na inwerkingtreding Wet normalisering rechtspositie ambtenaren

Op 26 maart 2020 heeft de rechtbank Noord Nederland de eerste uitspraak gedaan over het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een ambtenaar. De kantonrechter oordeelt dat de rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep voor 1 januari 2020 nog steeds van toepassing op een ambtenaar.

Wet normalisering rechtspositie ambtenaren

Vanaf 1 januari 2020 is de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren in werking getreden en vallen veel ambtenaren onder het reguliere arbeidsrecht. De aanstellingen van zittende ambtenaren zijn van rechtswege omgezet in een arbeidsovereenkomst, waarop het Burgerlijk Wetboek van toepassing is. De ambtenarenwet is vervangen door de Ambtenarenwet 2017. Het bestuursrecht is in beginsel niet meer van toepassing; de privaatrechtelijke rechtsbescherming en privaatrechtelijke ontslagstelsel zijn gaan gelden. In de literatuur is de vraag gesteld of de rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep van vóór 1 januari 2020 van betekenis zal blijven.

De kwestie

De werknemer, een hoogleraar, heeft in 2014 een stichting opgericht buiten medeweten van de werkgever. Gelden die bestemd waren voor de werkgever werden op de bankrekening van deze stichting bijgeschreven. In 2019 werd de werkgever door de werknemer schriftelijk geïnformeerd over de oprichting van deze stichting. Na op non-actief stelling van de hoogleraar heeft de werkgever onderzoek verricht. Gebleken is dat een aanzienlijk bedrag is uitgekeerd aan de stichting. De werknemer heeft zich begin 2019 ziek gemeld. De werkgever verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst vanwege ernstig verwijtbaar handelen.

Het oordeel van de kantonrechter (ECLI:NL:RBNNE:2020:1416)

De kantonrechter oordeelt dat de hoogleraar beslissingen heeft genomen en uitgevoerd die zodanig indruisen tegen de belangen van werkgever, dat in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Het lange dienstverband van de hoogleraar doet hieraan niets af. Er is sprake van verwijtbaar handelen, waardoor de kantonrechter een ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de zogenaamde e-grond toewijst. Ook ziet de kantonrechter geen aanleiding alsnog een transitievergoeding toe te kennen of de opzegtermijn in acht te nemen. Het feit dat de hoogleraar ziek is, staat niet aan ontbinding in de weg, omdat het verzoek tot ontbinding geen verband houdt met ziekte.

Opvallend is dat de kantonrechter van oordeel is dat de rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep nog steeds van toepassing is. De kantonrechter overweegt: ’de uitspraak (van de Centrale Raad van Beroep) is weliswaar gedaan in het ambtenarenrecht voor 1 januari 2020, maar is ook op de onderhavige kwestie van toepassing nu de werknemer nog steeds van toepassing is’.

Uit de uitspraak volgt dat een gebrek aan adequate controle door de werkgever nog geen vrijbrief is voor werknemers om de zwakke plekken in het systeem te misbruiken. Medewerkers hebben een eigen verantwoordelijkheid jegens de werkgever en een gebrek aan controle doet niets af aan de gedragingen.