skip to Main Content

Erfgenamen hebben recht op beeindigingsvergoeding

De Hoge Raad heeft op 3 oktober 2014 beslist dat de erfgenamen aanspraak kunnen maken op een beëindigingsvergoeding.

De feiten

Een werknemer komt na een lang dienstverband een beëindigingsvergoeding overeen van 66.000 euro. Werknemer en werkgever hebben de rechter vervolgens gevraagd deze afspraak in een beschikking vast te leggen. De kantonrechter heeft bij beschikking van 31 augustus 2009 de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:685 BW ontbonden per 1 april 2010 onder toekenning van de overeengekomen vergoeding. De werknemer overlijdt op 30 december 2009. De erfgenamen maken aanspraak op de vergoeding, die de werkgever afwijst. De kantonrechter Almelo stelt de erfgenamen in het gelijk; het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wijst de vordering in 2013 alsnog af.

De Hoge Raad (3 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2898)

De Hoge Raad oordeelt dat de erfgenamen aanspraak maken op de vergoeding. De beschikking van de kantonrechter waarbij de arbeidsovereenkomst is ontbonden heeft namelijk rechtskracht. De Hoge Raad geeft aan dat de eis van rechtszekerheid meebrengt dat alleen geen vergoeding verschuldigd is als dit expliciet is overeenkomen. Niet van belang is of op de datum van ontbinding van de arbeidsovereenkomst, de arbeidsovereenkomst nog bestaat. Het eerdere overlijden van de werknemer staat niet in de weg aan het moten voldoen van de vergoeding.

Tip

In een vaststellingsovereenkomst bij het beëindigen van het dienstverband kan worden opgenomen dat de betaling van de beëindigingsvergoeding alleen verschuldigd is indien op de datum van beëindiging de werknemer niet is overleden. Deze voorwaarde kan ook worden vastgelegd in een gerechtelijke procedure.

 

 

Back To Top