Gedeeltelijke transitievergoeding bij vermindering arbeidsduur

Op 14 september 2018 heeft de Hoge Raad besloten dat bij substantiële en structurele vermindering van de arbeidsduur aanspraak bestaat op een gedeeltelijke transitievergoeding.

De feiten

Een lerares is gedeeltelijk arbeidsongeschikt (voor 48,83%) verklaard door UWV. De lerares is geschikt voor het werk als lerares voor een minder aantal uren. Het schoolbestuur beëindigt daarom het dienstverband en herbenoemt de lerares voor de restverdiencapaciteit door middel van een akte van ontslag en een nieuwe akte van benoeming. De lerares tekent de akte en vordert de volledige transitievergoeding. Het schoolbestuur is van mening dat de lerares geen recht heeft op de transitievergoeding nu zij voor haar restcapaciteit conform de Cao is herbenoemd. Het schoolbestuur ziet de herbenoeming als een aanpassing van de arbeidsduur en niet als een ontslag. De lerares stapt naar de kantonrechter, die een gedeeltelijke vergoeding toewijst. Vervolgens komen partijen bij het Gerechtshof. Het Gerechtshof oordeelt dat het schoolbestuur geen vergoeding verschuldigd is omdat de bedoeling van partijen niet was de arbeidsovereenkomst te beëindigen.

Het oordeel van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2018:1617)

De lerares gaat in cassatie bij de Hoge Raad.

Volgens het wettelijke stelsel kan een arbeidsovereenkomst alleen in haar geheel worden opgezegd of ontbonden. Voor de wettelijke regeling omtrent de transitievergoeding (artikel 7:673 BW) is hierbij aangesloten en de wettelijke regeling voorziet niet in de mogelijkheid van een gedeeltelijke transitievergoeding.

De Hoge Raad oordeelt dat deze mogelijkheid wel moet worden aanvaard in het geval van substantiële en structurele vermindering van de arbeidstijd. Dit kan het geval zijn als functies gedeeltelijk vervallen op grond van bedrijfseconomische omstandigheden of bij blijvende gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van de werknemer. Als het dienstverband na verloop van tijd volledig wordt beëindigd, wordt de transitievergoeding berekend op basis van het lagere salaris.

Van een substantiële vermindering is sprake als er sprake is van een verlaging van de arbeidsduur van minstens 20%. Van een structurele vermindering is sprake als de vermindering naar redelijke verwachting blijvend zal zijn.

Conclusie

Hoewel de wet daarin niet voorziet, kunnen werknemers waarvan het dienstverband structureel en substantieel wordt verminderd op basis van deze uitspraak aanspraak maken op een gedeeltelijke transitievergoeding. De hoogte van de vergoeding wordt berekend naar evenredigheid van de vermindering van de arbeidstijd en uitgaande van het loon waarop voorheen aanspraak bestond.