Geen transitievergoeding na Akte van Ontslag en Akte van Benoeming na twee jaar ziekte

Het na twee jaar ziekte wijzigen van de aanstelling van een leerkracht van (bijna) voltijds naar 55% is niet aan te merken als opzegging, zodat de transitievergoeding niet verschuldigd is. Ook niet na nu de wijziging is bewerkstelligd door een Akte van Ontslag en een nieuwe benoeming Akte van Benoeming. Zo oordeelde recent het Gerechtshof Amsterdam.De feiten

De werknemer is in 1980 in dienst getreden van een Stichting als leerkracht met een omvang van het dienstverband van 0,9894 gedeelte van een volledige betrekking. Op de arbeidsovereenkomst is de Cao Voortgezet Onderwijs van toepassing. De werknemer is sinds 15 november 2013 arbeidsongeschikt wegens ziekte. De Stichting schrijft in een brief aan werknemer dat ze met ingang van 1 maart 2016 opnieuw wordt benoemd voor 0,55 fte en ontvangt tevens een akte van ontslag. De kantonrechter heeft in eerste instantie de werkgever veroordeeld tot het betalen van de transitievergoeding. Het verzoek tot toekenning van een billijke vergoeding wordt afgewezen en de werknemer komt hiertegen in hoger beroep.

Het oordeel van het Gerechtshof (ECLI:NL:GHAMS:2017:752)

Het Gerechtshof Amsterdam oordeelt op 7 maart 2017 dat het toesturen van de brief met de daarin in het vooruitzicht gestelde Akte van Ontslag en Akte van Benoeming niet is aan te merken als een opzegging in de zin van de artikelen 7:673 en 7:681 BW. Daarbij is van belang dat de aanstelling van werknemer voor 55% van de volledige werktijd in nauw overleg met de werknemer tot stand is gekomen. Tevens is deze aanstelling het maximale waartoe de werknemer op medische gronden in staat is. Dat de werknemer het eens was met de Akte van Benoeming blijkt uit het binnen enkele dagen ondertekend terugzenden van deze Akte.

De Stichting heeft gebruik gemaakt van de Akte van Ontslag en Akte van benoeming op basis van de toepasselijke systematiek van de Cao. De regeling van de Cao voorziet op deze wijze in een herplaatsing van de werknemer in een functie waarvoor deze door het UWV geschikt wordt geacht. Werknemer en werkgever hebben dienovereenkomstig gehandeld. Volgens het Gerechtshof is geen sprake van de situatie dat partijen de bedoeling hadden om een einde te maken vaan de arbeidsrelatie dan wel deze niet te willen voortzetten. Het blijkt juist dat geen einde van de arbeidsovereenkomst werd beoogd.

Bron: Vaan Ar-Update 2017-0401