skip to Main Content

Geen transitievergoeding voor de AOW-gerechtigden: leeftijdsdiscriminatie

Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch overweegt in een zaak van een AOW-gerechtigde die met toestemming van UWV was ontslagen prejudiciële vragen te stellen over de transitievergoeding.  Indien een werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt is er geen recht op een transitievergoeding. Kan deze uitzondering gezien worden als leeftijdsdiscriminatie.

Uitzonderingen op de transitievergoeding

Op grond van artikel 7:673 BW heeft een werknemer recht op een transitievergoeding als de arbeidsovereenkomst ten minste 24 maanden heeft geduurd en door of vanwege de werkgever wordt beëindigd. De doelstelling van deze transitievergoeding is tweeledig: het bieden van een compensatie voor het ontslag en het vergemakkelijken van de overgang naar ander betaald werk.

Op de transitievergoeding bestaan in de wet enkele uitzonderingen. Eén van de uitzonderingen ziet op de AOW gerechtige werknemer. Er bestaat geen recht op een transitievergoeding in het geval de arbeidsovereenkomst eindigt met of na het bereiken van een bij of krachtens wet vastgestelde of tussen partijen overeengekomen leeftijd waarop de arbeidsovereenkomst eindigt of als er geen andere leeftijd geldt het bereiken van de AOW gerechtigde leeftijd.

Leeftijdsdiscriminatie?

Bij de parlementaire behandeling van de Wet Werk en Zekerheid is uitgebreid ingegaan op de vraag of er sprake is van leeftijdsdiscriminatie ten aanzien van de AOW gerechtigde leeftijd. De regering is tot de conclusie gekomen dat geen sprake is van leeftijdsdiscriminatie. Het verschil in behandeling op grond van leeftijd is objectie en redelijke gerechtvaardigd door een legitiem doel. Het doel is te voorkomen dat een transitievergoeding komt aan personen die niet langer zijn aangewezen op het verrichten van arbeid om in het levensonderhoud te voorzien nu zij een vervangend inkomen in de vorm van een ouderdomspensioen ontvangen.

Hierdoor is volgens de regering geen sprake van het vergemakkelijken van de overgang naar ander betaald werk. De regering is niet ingegaan op de andere doelstelling van de transitievergoeding van compensatie voor ontslag.

De feiten

De arbeidsovereenkomst met een 72 jarige AOW-gerechtigde werknemer wordt met toestemming van de werkgever opgezegd per 1 april 2016. Tegen deze opzegging gaat de werknemer zonder succes in beroep bij de kantonrechter. De werknemer gaat in hoger beroep omdat het hebben van geen recht op de transitievergoeding verboden leeftijdsdiscriminatie oplevert. De werknemer heeft er bewust voor gekozen om aan het werk te blijven om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien.

Prejudiciële vragen

Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft recent prejudiciële vragen aangekondigd. Ook het Gerechtshof wijst er op dat een van de doelstellingen van de transitievergoeding is het bieden van een compensatie voor ontslag. Onduidelijk is waarom de transitievergoeding niet zou gelden voor een AOW-gerechtigde die na ontslag niet wordt gecompenseerd. In casu is de werknemer aangewezen op werk om in zijn levensonderhoud te voorzien.

Het Gerechtshof vraagt zich af of de uitsluiting van de AOW-gerechtigden zich wel verdraagt met de tweeledige doelstelling van de transitievergoeding. Daarnaast is de vraag of deze uitsluiting wel in overeenstemming is met de Europese wetgeving omtrent (verboden) leeftijdsdiscriminatie.

De prejudiciële vragen dienen nog officieel gesteld te worden aan de Hoge Raad, waarna het wachten is op antwoord.

Bron: Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 2 februari 2017 (ECLI:NL:GHSHE:2017:345)

Back To Top