Hoge billijke vergoeding vanwege niet voldoen aan herplaatsingsplicht

Het niet voldoen aan de herplaatsingsplicht door de werkgever kan tot een forse billijke vergoeding leiden. Zo oordeelt de kantonrechter Haarlem, die tot nu toe de hoogste billijke vergoeding heeft toegekend.De feiten

Sinds 2012 is de werknemer in dienst bij zijn werkgever als General Manager. Nadat de leidinggevende heeft gemeld dat hij het bedrijf gaat verlaten, geeft de werkgever aan dat de functie van werknemer komt te vervallen wegens reorganisatie. De werknemer wordt op non-actief gesteld. De werkgever legt een vaststellingsovereenkomst ter beëindiging van de arbeidsovereenkomst op basis van wederzijds goedvinden voor, die de werknemer dezelfde dag moet tekenen. Als de werknemer dat weigert, dient de werkgever een ontslagaanvraag in bij het UWV. Het UWV weigert aanvankelijk toestemming te geven, omdat de herplaatsingsmogelijkheden niet goed zijn onderzocht. Uiteindelijk geeft het UWV toestemming voor de opzegging, omdat de werkgever kan aantonen dat een nieuwe functie niet passend is voor de werknemer. De werknemer stapt naar de kantonrechter en vordert een billijke vergoeding van 928.000,– euro.

Het oordeel van de kantonrechter (ECLI:NL:RBNHO:2018:310)

Een billijke vergoeding kan worden toegekend door de rechter als er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen door de werkgever. Het gebruik maken van de toestemming van het UWV voor het opzeggen van de arbeidsovereenkomst of het voorleggen van een vaststellingsovereenkomst is op zichzelf niet ernstig verwijtbaar. De kantonrechter Haarlem oordeelt dat de werkgever binnen deze korte termijn van één dag niet heeft kunnen onderzoeken of de werknemer binnen een redelijke termijn herplaatst kan worden binnen het concern. Er was al besloten dat de werknemer moest vertrekken. Het lijkt erop dat de werkgever om de toestemming van het UWV alsnog te verkrijgen later een functie heeft gecreëerd, zodanig dat de werknemer hiervoor niet geschikt zou zijn.

De kantonrechter oordeelt dat de herplaatsingsplicht is geschonden en dat de werkgever een billijke vergoeding verschuldigd is ter hoogte van 1,5 jaarsalarissen, vermeerderd met een vergoeding voor een belastingregeling en unvested stocks. Voor de berekening daarvan zoekt de kantonrechter aansluiting bij de gezichtspunten die de Hoge Raad heeft gegeven in het Hairstyle arrest (ECLI:NL:HR:2017:1187). De billijke vergoeding bedraagt 534.000,– euro.

Vanwege het verwijtbare handelen van de werkgever komt het concurrentiebeding te vervallen.

Conclusie

Een werkgever heeft niet alleen een redelijke grond nodig voor ontslag, maar moet ook voldoen aan de herplaatsingsplicht. De herplaatsingsplicht zal met name een rol spelen bij bedrijfseconomisch ontslag, reorganisatie en disfunctioneren van de werknemer. Het niet voldoen aan deze herplaatsingsplicht kan aldus deze uitspraak van de kantonrechter Haarlem tot een flinke billijke vergoeding leiden.