skip to Main Content

Hoge Raad oordeelt over een relatiebeding in een personeelsreglement

Recent heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een geldig relatiebeding net als een concurrentiebeding moet voldoen aan het schriftelijkheidsvereiste. Onder bepaalde voorwaarden kan een relatiebeding in een personeelsreglement geldig zijn. In deze zaak was het relatiebeding in het personeelshandboek niet geldig omdat niet is voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste.

De feiten

In de arbeidsovereenkomst van de werknemer is een concurrentiebeding overeengekomen. In de arbeidsovereenkomst is het personeelshandboek van toepassing verklaard. In het personeelshandboek staat een relatiebeding.

De werknemer begint na een aantal jaren voor zichzelf en de werkgever vordert een boete van ruim twee ton vanwege het overschrijden van het relatiebeding.

In de rechterlijke procedures die volgen stelt de werknemer dat op grond van artikel 7:653 BW ‘een beding tussen de werkgever en de werknemer waarbij deze laatste wordt beperkt in zijn bevoegdheden na het einde van de overeenkomst op zekere wijze werkzaam te zijn’ schriftelijk moet worden overeengekomen. Dit geldt volgens hem niet alleen voor een concurrentiebeding, maar ook voor een relatiebeding. Hij voert aan dat het personeelsreglement waarin het relatiebeding is opgenomen hem niet ter hand is gesteld bij het ondertekenen van de arbeidsovereenkomst. Volgens de werknemer ligt de bewijslast van het ter hand stellen bij de werkgever. Tevens is het personeelshandboek volgens de werknemer niet meer van toepassing door de invoering van een vervangend personeelsreglement waarin geen relatiebeding is opgenomen.

Het oordeel van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2017:364)

De Hoge Raad oordeelt op 3 maart 2017 dat in een eerder arrest (HR 28 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008, Philipsen/Oostendorp) is overwogen dat bij een geldig concurrentiebeding moet zijn voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:653 BW. Hieraan ligt de gedachte ten grondslag dat in het vereiste van een geschrift een bijzondere waarborg is gelegen dat de werknemer de consequenties van dit bezwarende beding goed heeft overwogen.

Aan het schriftelijkheidsvereiste kan zijn voldaan indien het concurrentiebeding is opgenomen in arbeidsvoorwaarden die zijn vastgelegd in een ander document dan het document dat de werknemer heeft ondertekend. In dat geval moet zijn voldaan een van de twee volgende vereisten:

  • de arbeidsvoorwaarden waren als bijlage bij het ondertekende document gevoegd en in dat document is naar die arbeidsvoorwaarden verwezen, of
  • de werknemer heeft in het ondertekende document nadrukkelijk verklaard dat hij instemt met het concurrentiebeding.

Het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:653 BW geldt ook voor het relatiebeding. De overwegingen van het voornoemde Philipsen/Oostendorp arrest zijn ook op een relatiebeding van toepassing.

In onderhavige zaak is niet aan de vereisten voldaan. De arbeidsovereenkomst verwijst slechts in algemene zin naar het personeelsreglement en in de arbeidsovereenkomst staat geen relatiebeding. De werkgever slaagt er niet in te bewijzen dat het personeelsreglement als bijlage is bijgevoegd.

De werkgever kan de werknemer niet houden aan het relatiebeding in het personeelsreglement.

Conclusie

Als werkgever wilt u er zeker van zijn dat het relatiebeding en concurrentiebeding geldig schriftelijk tot stand zijn gekomen.

Daarom de voor de hand liggende tip: neem het relatie- en/of concurrentiebeding altijd in de arbeidsovereenkomst zelf op, zowel bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde als onbepaalde tijd.

 

Back To Top