Is de kantonrechtersformule terug?

Sinds de invoering van de Wet Werk en Zekerheid geldt de kantonrechtersformule niet meer. In de praktijk wordt deze formule nog steeds gebruikt bij onderhandelingen over het einde van de arbeidsrecht. Recent is de kantonrechtersformule weer opgedoken in een uitspraak van de Amsterdamse kantonrechter.

Vergoedingen Wet Werk en Zekerheid

Een werknemer die op initiatief van de werkgever wordt ontslagen en een dienstverband heeft van meer dan twee jaar, heeft in beginsel recht op een transitievergoeding.

In het geval de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, kan er een billijke vergoeding worden toegekend. Tijdens de parlementaire behandeling van de Wet Werk en Zekerheid werd dit het ‘muizengaatje’ genoemd. Het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding is volgens de minister maatwerk, waarbij gekeken moet worden naar de ernst van de verwijtbaarheid.

In de rechtspraak is inmiddels deze billijke vergoeding al enkele malen toegekend. De hoogte wisselt van enkele honderden euro’s tot 50.000 euro.

De feiten

De werknemer is een systeem- en applicatiebeheerder. Nadat de werknemer een tijd ziek is geweest, vraagt de werkgever een ontslagvergunning aan vanwege bedrijfseconomisch ontslag. Het UWV weigert de ontslagvergunning. Vervolgens wordt de werknemer op non actief gesteld, omdat hij financiële bescheiden zou hebben toegeëigend. De werknemer vordert in kort geding wedertewerkstelling, hetgeen wordt toegewezen. Bij terugkeer naar het werk, blijkt de werknemer geen toegang meer te hebben tot het computersysteem, worden hem taken opgedragen die eindig zijn en is zijn werk aan derden toebedeeld. De werkgever vordert ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Het oordeel van de kantonrechter (ECLI:NL:RBAMS:2016:400)

De kantonrechter oordeelt dat de werkgever een strategie lijkt te hebben ingezet, zodat de werknemer zijn verzet tegen het ontslag zou opgeven of een verstoorde verhouding te creëren, waarbij de werkgever met een minimum aan kosten de arbeidsovereenkomst kan beëindigen.

De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst niet op basis van verstoorde verhoudingen, de zogenaamde g-grond, omdat de verstoorde verhoudingen niet wederzijds zijn. Wel ontbindt de kantonrechter op grond van de zogenaamde h-grond, omdat er geen vruchtbare samenwerking meer mogelijk is.

Naast de transitievergoeding kent de kantonrechter een billijke vergoeding van 60.000 euro toe. Hiervoor hanteert de kantonrechter de maatstaf van de kantonrechtersformule, omdat de maatstaf van de mate van verwijtbaarheid ‘onbruikbaar’ is. Er wordt bij deze maatstaf niet gekeken naar de schade van de werknemer, hetgeen de kantonrechtersformule wel doet. Volgens de kantonrechter Amsterdam moet de kantonrechtersformule in beginsel worden gebruikt voor het berekenen van de billijke vergoeding.

Conclusie

De uitspraak van de kantonrechter Amsterdam is een opvallende uitspraak. Via het ‘muizengaatje’ krijgt de werknemer een billijke vergoeding op basis van de kantonrechtersformule. Ook geeft de kantonrechter een nadere invulling aan de zogenaamde h-grond. De uitspraak is niet in overeenstemming met de wetsgeschiedenis. Het is dus de vraag of deze uitspraak alleen staat, of dat deze uitspraak de eerste is van velen die volgen.