Op non-actiefstelling topfunctionaris en de WNT-vergoeding

Op grond van artikel 2.10 WNT is de maximale beëindigingsvergoeding voor een topfunctionaris 75.000 euro. In deze vergoeding wordt de tijd dat een topfunctionaris geen werkzaamheden meer verricht voorafgaand aan de datum van beëindiging meegeteld. Recent oordeelde de rechter hierover anders bij een onvrijwillige non-actiefstelling van de topfunctionaris door de werkgever.

De feiten

Werkgever heeft een werknemer, topfunctionaris, op non-actief gesteld voorafgaand aan de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De topfunctionaris was het niet eens met de vrijstelling van werk en heeft zich beschikbaar gehouden voor arbeid. De arbeidsovereenkomst wordt beëindigd met toekenning van de maximale beëindigingsvergoeding van 75.000 euro. Werkgever vordert vervolgens het salaris gedurende de op non-actiefstelling terug van de topfunctionaris op grond van onverschuldigde betaling.

Het oordeel van de rechtbank (ECLI:NL:RBMNE:2016:7023)

De rechter stelt voorop dat de WNT van toepassing is op de arbeidsovereenkomst tussen partijen. Op basis van artikel 2.10 lid 3 WNT geldt dat de periode van vrijstelling van arbeid bij de vergoeding wegens beëindiging van het dienstverband wordt gerekend. Artikel 2.10 lid 3 WNT is echter een anti-misbruik bepaling, waarbij moet worden voorkomen dat partijen door een lange periode van vrijstelling van werk feitelijk een hogere vergoeding kunnen overeenkomen.

In deze casus is er geen sprake van een afspraak tussen partijen en heeft de werkgever de werknemer eenzijdig op non-actief gesteld, waartegen de werknemer heeft geprotesteerd en zich beschikbaar heeft gehouden voor arbeid.

De rechter oordeelt dat het overduidelijk is dat partijen niet de bedoeling hadden het maximum van de WNT vergoeding te omzeilen.

Conclusie

In onderhavig geval is een strikte toepassing van de regels van de WNT in strijd met de bedoeling van de wetgever om misbruik te voorkomen.

Echter de rechter zal steeds op basis van de concrete feiten en omstandigheden beoordelen of de toepassing van de regels van de WNT in strijd is met de bedoeling van de wetgever en tevens om te voorkomen dat een non-actiefstelling wordt ingezet om de WNT alsnog te omzeilen.