Mededelingsplicht werkgever bij mogelijk recht op transitievergoeding?

Recent oordeelde de rechtbank Midden-Nederland dat er geen recht bestaat op een transitievergoeding bij een beëindigingsovereenkomst of vaststellingsovereenkomst “op initiatief van de werkgever”. Tevens oordeelde de kantonrechter dat het niet makkelijk valt aan te nemen dat op de werkgever een mededelingsplicht berust ten aanzien van de aanspraak op een transitievergoeding.

De feiten

De werknemer is in 2012 in dienst getreden bij de werkgever. Op 20 juli 2015 hebben partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten waarbij overeengekomen is dat de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd per 29 september 2015. Partijen verlenen elkaar algehele en finale kwijting. De werknemer is schriftelijk gewezen op de mogelijkheid de overeenkomst binnen veertien dagen middels een schriftelijke aan de werkgever gerichte verklaring te ontbinden.

De werknemer verzoekt de kantonrechter hem een transitievergoeding toe te kennen en legt daaraan ten grondslag dat de werkgever de arbeidsovereenkomst feitelijk heeft opgezegd. Daarnaast rust, volgens de werknemer, op de werkgever een verplichting een werknemer te wijzen op diens recht op een transitievergoeding.

Het oordeel van de kantonrechter (ECLI:NL:RBMNE:2015:8803)

Transitievergoeding

De kantonrechter Utrecht (Rechtbank Midden-Nederland) overwoog in de uitspraak van 11 december 2015 dat sinds 1 juli 2015 de mogelijkheid bestaat dat de werkgever de arbeidsovereenkomst opzegt en dat de werknemer hiermee schriftelijk instemt. Bij deze opzegging is de werkgever een transitievergoeding verschuldigd. In casu ging het hier niet om een opzegging, maar om een vaststellingsovereenkomst op basis van wederzijds goedvinden, temeer in de overeenkomst ook werd verwezen naar artikel 7:900 BW (vaststellingsovereenkomst). Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat het juist de werknemer was die weg wilde om een eigen onderneming te starten. De kantonrechter oordeelde dat de overeenkomst vooral was bedoeld om de WW uitkering van de werknemer veilig te stellen. Er is een vaststellingsovereenkomst gesloten en is de werkgever in beginsel geen transitievergoeding verschuldigd, zoals ook uit de parlementaire geschiedenis blijkt. Partijen stond het uiteraard vrij om over een transitievergoeding te onderhandelen, maar hebben dat niet gedaan.

Mededelingsplicht

De kantonrechter oordeelt dat het niet makkelijk valt aan  te nemen dat op de werkgever op  grond van artikel 7:611 BW (goed werkgeverschap) een algemene mededelingsplicht rust ten aanzien van de transitievergoeding. De Wet Werk en Zekerheid is zeer recent in werking getreden. Daarin zijn ten behoeve van de werknemer door de wetgever bewust verschillende mededelingsplichten geschapen. Iedere werknemer heeft thans veertien dagen dan wel drie weken bedenktijd en dat is voldoende tijd om als werknemer informatie in te winnen over de rechten en plichten bij  beëindiging van de arbeidsovereenkomst.