Bewijs strafrechtelijk begrip ‘diefstal’ bij ontslag op staande voet?

Bij een ontslag op staande voet moet de werkgever de dringende reden onverwijld meedelen. Als de werknemer het ontslag aanvecht, moet de werkgever bewijzen dat de medegedeelde ontslaggrond zich heeft voorgedaan en dat er sprake is van een dringende reden. Moet een werkgever als in de ontslagbrief een strafrechtelijk begrip zoals ‘diefstal’ wordt gebruikt, alle bestanddelen van de strafrechtelijke delictsomschrijving bewijzen? Recent deed de Hoge Raad hierover een uitspraak.

Ontslag op staande voet

Het ontslag op staande voet is de opzegging van de arbeidsovereenkomst vanwege dringende redenen. Voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet moet er sprake zijn van een dringende reden én moet de arbeidsovereenkomst onverwijld zijn opgezegd. Tevens dient de reden van het ontslag op staande voet onverwijld aan de wederpartij te worden medegedeeld (artikel 7:677 lid 1 BW). De strekking hiervan is dat voor de wederpartij onmiddellijk duidelijk behoort te zijn welke eigenschappen of gedragingen de ander hebben genoopt tot het beëindigen van de dienstbetrekking. De wederpartij moet zich immers na de mededeling kunnen beraden of zij de opgegeven reden(en) als juist erkent en als dringend aanvaardt.

De werkgever die een werknemer aldus heeft ontslagen, dient in geval van betwisting van de dringende reden door de werknemer, te stellen en zo nodig te bewijzen dat de door de werkgever meegedeelde ontslaggrond zich heeft voorgedaan en is aan te merken als dringende reden.

Maar hoe zit het als de werkgever een strafrechtelijk begrip heeft gebruikt in de in de ontslagbrief? Heeft dit tot gevolg  dat de werkgever in beginsel alle bestanddelen van de strafrechtelijke delictsomschrijving moet bewijzen?

De feiten

De werknemer is als vestigingsmanager werkzaam bij Autocentrum. Hij heeft een eigen auto en tankt met de zakelijke tankpas van Autocentrum. Op enig moment gebruikt hij ten onrechte de tankpas voor privédoeleinden, door tweemaal de auto van zijn echtgenote te tanken. Naar aanleiding hiervan voert Autocentrum twee gesprekken met de werknemer, waarin de werknemer wordt beschuldigd van diefstal. De werknemer wordt op staande voet ontslagen. De reden voor het ontslag is bij ontslagbrief samengevat als diefstal van bedrijfseigendommen.

De werknemer vecht het ontslag aan. In de procedure bij het Gerechtshof vordert de werkgever een verklaring voor recht dat het ontslag terecht is gegeven. Hieraan legt de werkgever ten grondslag dat er twee gesprekken zijn gevoerd met de werknemer over het gebruik van de tankpas voor het tanken van de privéauto van zijn vrouw, zonder dat aan Autocentrum terug te betalen en aldus diefstal heeft gepleegd. Het Gerechtshof wijst de vordering van de werkgever toe, anders dan de kantonrechter in eerste aanleg.

De werknemer stelt cassatieberoep in. In het cassatieberoep klaagt de werknemer dat het Gerechtshof het ontslag geldig heeft geacht, zonder te hebben vastgesteld dat Autocentrum heeft aangetoond dat aan alle delictsbestanddelen van het strafrechtelijk delict van diefstal is voldaan.

Het oordeel van de Hoge Raad van 19 februari 2016 (ECLI:NL:HR:2016:290)

Ter beantwoording van de vraag of diefstal in de ontslagbrief in strafrechtelijke zin of anderszins dient te worden uitgelegd, overweegt de Hoge Raad allereerst dat het vereiste van onverwijlde mededeling ertoe strekt dat het voor de wederpartij duidelijk is op grond waarvan de arbeidsovereenkomst is geëindigd.

De letterlijke tekst van de ontslagbrief is niet steeds doorslaggevend, het gaat erom of het de werknemer aanstonds duidelijk is welke dringende reden tot ontslag heeft geleid. Dit is niet anders als er in de brief strafrechtelijke begrippen worden gebruikt.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep. Er zijn door de werkgever met werknemer twee gesprekken gevoerd en het moet de werknemer in elk geval duidelijk zijn geweest dat de term diefstal in de ontslagbrief betrekking had op het wederrechtelijke gebruik van de tankpas. Aan de term diefstal dient in cassatie niet in zijn strafrechtelijke betekenis te worden opgevat. De uitleg van het Gerechtshof is begrijpelijk en de uitspraak houdt stand.

Conclusie

De Hoge Raad nuanceert in deze uitspraak weliswaar de strikte uitleg van het begrip diefstal in de ontslagbrief. Bij ontslag op staande voet zijn de bewoordingen in de ontslagbrief belangrijk, omdat het de werknemer volstrekt helder moet zijn waarom hij of zij op staande voet is ontslagen. Ondanks deze uitspraak is het voor een werkgever nog steeds van belang de gedragingen die hebben geleid tot het ontslag op staande voet in de ontslagbrief goed te omschrijven en niet te volstaan met een strafrechtelijk begrip en/of een korte kwalificatie.