Nieuwe uitvoeringsregels UWV ontslag op bedrijfseconomische gronden

Het UWV komt in oktober 2019 met een nieuwe versie van uitvoeringsregels voor ontslag op bedrijfseconomische redenen op basis van veranderde wetgeving en uitspraken van de Hoge Raad. Deze uitvoeringsregels zijn het laatst gewijzigd in augustus 2018. Wat gaat er sinds die tijd veranderen?

Uitvoeringsregels UWV

De uitvoeringsregels UWV om bedrijfseconomische redenen bevatten een artikelsgewijs overzicht van de relevante wettelijke en ministeriele regels over ontslag om bedrijfseconomische redenen. Daarnaast bevatten de Uitvoeringsregels een toelichting over hoe UWV deze regels toepast en welke informatie een werkgever bij de ontslagaanvraag moet voegen.

Sinds de laatste uitvoeringsregels versie augustus 2018 zijn het Burgerlijk Wetboek en de Ontslagregeling gewijzigd en heeft de Hoge Raad een aantal vragen beantwoord. Dit is de aanleiding voor UWV om te komen met een nieuwe versie van de uitvoeringsregels in oktober 2019 die de versie van augustus 2018 vervangt.

Toelichting op de wijzigingen

Bedrijfsonderdeel

De Hoge Raad heeft in het ANWB arrest een nadere uitleg gegeven van artikel 3 van de Ontslagregeling. Bij bedrijfseconomische omstandigheden voor ontslag wordt onder omstandigheden niet getoetst bij de onderneming, maar op een bedrijfsonderdeel daarvan, als dat ten dienste staat van een doelmatige bedrijfsvoering en het bedrijfsonderdeel voldoende zelfstandigheid heeft. Deze nadere uitleg staat verwoord in paragraaf 1.9 van de Uitvoeringsregels.

Uitwisselbare functie

In paragraaf 2.12 is een nadere uitleg gegeven over uitwisselbare functies op basis van het KLM arrest van de Hoge Raad. De criteria in artikel 13 Ontslagregeling zijn limitatief. Van belang is wat de functie in de praktijk in het algemeen (dus niet op basis van de specifieke invulling van de individuele werknemer) behelst. Bij de vergelijking van functies zijn ook de omstandigheden waaronder deze functies worden verricht, relevant. In de Uitvoeringsregels zijn voorbeelden van omstandigheden toegevoegd.

Herplaatsingsvereiste

In het Shell arrest heeft de Hoge Raad bepaald dat het herplaatsingsvereiste niet gaat om een resultaatsverplichting van de werkgever, maar om wat in de gegeven omstandigheden in redelijkheid van de werkgever kan worden gevergd. Daarmee wordt aan de werkgever een zekere beoordelingsruimte gelaten. Deze uitspraak is verwerkt in de paragraaf 3.4 van de Uitvoeringsregels.

‘Stoelendans’

De vrijheid van de werkgever om bij herplaatsing de werknemer te selecteren die het meest geschikt is, wordt beperkt als een functie in het geheel vervalt en delen van die functie terugkomen in een andere functie, de zogenaamde ‘stoelendans’. Dit volgt uit de toelichting bij artikel 9 Ontslagregeling. In dat geval moet de werkgever kort gezegd die functie aanbieden aan de werknemer die ‘geschikt’ is op basis van de omgekeerde afspiegelingsvolgorde. In paragraaf 3.4.3 van de Uitvoeringsregels is het ANWB arrest van de Hoge Raad verwerkt, wat betekent dat die verplichting tot het aanbieden van de functie op basis van de hoogste afspiegelingsrechten niet geldt ten aanzien van werknemers die weliswaar niet als ‘geschikt’ zijn aangemerkt, maar wel als (door om- of bijscholing) ‘geschikt te maken’.

AVG, ontslagbescherming functionaris gegevensbescherming

Met ingang van 25 mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in werking getreden. De ontslagbescherming van de functionaris gegevensbescherming is per 25 mei 2018 niet meer geregeld in het BW maar in artikel 38 AVG. Het opzegverbod is gewijzigd van een ‘tijdens’ naar een ‘wegens’ opzegverbod en is niet langere een opzegverbod als bedoeld in artikel &:670 lid 1-4 en lid 10 BW. De verwijzing naar dit opzegverbod is in de paragrafen 4.1 en 4.2.1 verwijderd.

Overbruggingsregeling transitievergoeding

Artikel 7:673d BW bevat de overbruggingsregeling transitievergoeding voor kleine werkgevers. De werkgever mag, als hij voldoet aan een drietal financiële criteria, voor de berekening van de duur van de arbeidsovereenkomst maanden die gelegen zijn 1 mei 2013 buiten beschouwing laten bij het vaststellen van de hoogte van de transitievergoeding. Uit een evaluatie is gebleken dat deze 3 criteria als te streng worden ervaren. Om die reden zijn de in artikel 24 lid 2 Ontslagregeling opgenomen criteria verruimd. Daarmee wordt beoogd dat eer werkgever ondanks de slechte financiële situatie, toch afscheid kunnen nemen van werknemers en een lagere transitievergoeding kunnen verstrekken (paragraaf 6.2. Uitvoeringsregels).

Bron: UWV Uitvoeringsregels ontslag BE – versie oktober 2019