Ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van wanprestatie

De werknemer weigert hardnekkig gehoor te geven aan in redelijkheid door de werkgever gegeven verplichtingen. Op verzoek van de werkgever ontbindt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:686 BW.

De feiten

De werknemer is sinds 2012 in dienst bij de werkgever als productiemedewerker op grond van een SW-indicatie. In december 2015 is werknemer met verlof gegaan voor de duur van een maand en zou de werkzaamheden in januari 2016 hervatten. De werknemer blijft afwezig en is niet bereikbaar. Pas in februari 2016 volgt er een eerste contact met de werknemer, waarin de werknemer aangeeft dat hij niet terugkomt naar Nederland.

De werkgever verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van artikel 7:686 BW wegens een tekortkoming in de nakoming (wanprestatie).

Het oordeel van de kantonrechter over de ontbinding op grond van wanprestatie

In deze zaak gaat het om de vraag of de arbeidsovereenkomst kan worden ontbonden op grond van 7:686 BW, een ontbinding op grond van wanprestatie. Ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een tekortkoming in de nakoming is slechts toewijsbaar in gevallen van ernstige wanprestatie, namelijk een wanprestatie van zodanige aard dat zij het ingrijpende gevolg van een ontbinding van de arbeidsovereenkomst kan rechtvaardige. Bij dit uitgangspunt is de ontbinding volgens de Hoge Raad veeleer op één lijn te stellen met de beëindiging van de dienstbetrekking wegens een dringende reden.

Een kernverplichting die voor de werknemer uit de arbeidsovereenkomst voortvloeit, is het verrichten van arbeid. Deze kernverplichting ligt besloten in artikel 7:610 BW: de arbeidsovereenkomst is een overeenkomst, waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon, gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. De werknemer is na het verlof niet meer teruggekeerd naar het werk, heeft geweigerd het werk te hervatten en heeft tot op heden de arbeid niet meer verricht. Werknemer voldoet hierdoor structureel en in ernstige mate niet aan de kernverplichting die uit de arbeidsovereenkomst voortvloeit.

De kantonrechter kwalificeert deze handelwijze van de werknemer als het hardnekkig weigeren te voldoen aan een redelijk bevel of opdracht, welke de arbeidsovereenkomst oplegt (werkweigering), hetgeen op één lijn gesteld kan worden met een dringende reden.

Verder overweegt de kantonrechter dat aangezien het verrichten van arbeid uit een overeenkomst een voortvloeiende voortdurende verplichting is voor de werknemer, dat de werknemer deze verplichting uit het verleden niet meer ongedaan kan maken en dat nakoming voor wat betreft deze tekortkoming blijvend onmogelijk is.

De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst op grond van wanprestatie zonder vergoeding.

Opgemerkt dient te worden dat de werknemer niet in het geding is verschenen en op dat moment al meer dan een jaar het werk niet meer heeft verricht. In het kader van een ontbindingsprocedure is het mogelijk de schade vergoed te krijgen die voortvloeit uit het niet nakomen van de verplichtingen uit hoofde van de arbeidsovereenkomst. De werkgever heeft geen schade gevorderd.

Conclusie

Het is mogelijk een arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van wanprestatie. De toetsing op grond van artikel 7:686 BW kent een toetsing die op een lijn ligt met de dringende reden.

Het is van belang als een werknemer redelijke opdrachten of bevelen niet nakomt, deze goed vast te leggen en te documenteren, waarbij de werknemer ook de gelegenheid wordt geboden zijn verhaal te geven.

Kantonrechter Eindhoven, 16 februari 2017, ECLI:RBOBR:2017:895)