Ontbinding vanwege ‘mismatch’ tussen werkgever en werknemer?

Op grond van de WWZ kan een ontbindingsverzoek alleen worden toegewezen als er sprake is van een ‘voldragen ontslaggrond’. De zogenaamde h-grond, kan alleen worden gebruikt voor omstandigheden die niet vallen onder de andere ontslaggronden, maar wel zodanig zijn dat van de werkgever in redelijkheid niet meer kan worden verlangd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Recent oordeelde een kantonrechter dat tot een ontbinding op de h-grond, toen was vastgesteld dat er sprake was van een mismatch tussen werkgever en werknemer.Het stelsel van ontslaggronden op grond van de WWZ artikel 7:699 lid 3 BW

In de WWZ is een stelsel van ontslaggronden opgenomen, waarbij de kantonrechter de arbeidsovereenkomst kan ontbinden op basis van redenen die verband houden met de persoon van de werknemer. De kantonrechter kan alleen ontbinden als er een redelijke grond is voor ontslag én herplaatsing van de werknemer binnen redelijke termijn, al dan niet na scholing, in een andere passende functie niet mogelijk is. De ontslaggrond moet zijn ‘voldragen’ en het is niet mogelijk ontslaggronden te combineren. De ontslaggronden via de kantonrechter op een rij:

  • c-grond:                veelvuldige arbeidsongeschiktheid
  • d-grond:                disfunctioneren
  • e-grond:                verwijtbaar gedrag
  • f-grond:                 werkweigering
  • g-grond:                verstoorde arbeidsverhouding
  • h-grond:                andere omstandigheden

De h-grond, de zogenaamde ‘restgrond’

De wetgever heeft met de h-grond voorzien in een oplossing voor omstandigheden die niet onder een van de andere ontslaggronden vallen. In de parlementaire geschiedenis is beperkte uitleg gegeven aan deze h-grond, waarbij als voorbeelden zijn genoemd: detentie, illegaliteit van de werknemer, het niet kunnen beschikken over een tewerkstellingsvergunning en de voetbaltrainer/manager waarmee een verschil van inzicht bestaat over het te voeren beleid, maar waarbij geen sprake hoeft te zijn van disfunctioneren. De volgende omstandigheden zijn door rechters aangemerkt als h grond, bijvoorbeeld: het ontbreken van een VOG, vergunning of examen, de inhoudsloze arbeidsovereenkomst door ontslag van een directeur als statutaire bestuurder of een verstoorde arbeidsverhouding die alleen door de werkgever als zodanig wordt ervaren.

Kan een mismatch kwalificeren als h-grond?

De kantonrechter in Utrecht heeft op 15 maart 2017 een arbeidsovereenkomst ontbonden op de h-grond, nadat was vastgesteld dat er sprake was van een mismatch tussen werkgever en werknemer. De volgende overwegingen zijn daarbij van belang:

  • de medewerker functioneert niet naar verwachting, maar van disfunctioneren, verwijtbaar handelen of verstoorde relatie, zoals bedoeld in artikel 7:699 lid 3 sub d, e of g BW is geen sprake;
  • werknemer en werkgever hebben vanaf begin af aan ander verwachtingen over de inhoud van de functie, waarbij geen uitgebreid verbetertraject past;
  • er zijn omstandigheden dat van de werkgever in redelijkheid niet langer kan worden gevergd dat de arbeidsovereenkomst voortduurt. Deze omstandigheden zijn daarin gelegen dat de werknemer eenvoudigweg niet aan de verwachtingen van de werkgever kan voldoen en terugkeer in de functie geen oplossing biedt.

Conclusie

In de rechtspraak wordt in het algemeen aangenomen dat ontbinding in geval van een mismatch tussen werkgever en werknemer niet mogelijk is, ook niet op de h-grond. In dergelijke situaties is het aan werkgever en werknemer te verkennen of een regeling te verkennen. In de bovengenoemde zaak biedt de kantonrechter een escape. Het is echter de vraag of deze uitspraak in de rechtspraak navolging krijgt.

Bron: Vaan AR- pdates