Overbruggingsregeling Transitievergoeding kleine werkgever en vervaltermijnen

Door de Overbruggingsregeling Transitievergoeding kleine werkgevers kunnen kleine werkgevers met slechte bedrijfseconomische omstandigheden tot 2020 gebruik maken van een alternatieve berekening van de transitievergoeding. Wat zijn de voorwaarden om in aanmerking te komen voor deze regeling, de aanvraag bij het UWV of de kantonrechter en wat zijn de vervaltermijnen? Recent oordeelde rechtbank Gelderland dat een werkgever in een procedure waarin de werknemer verzoekt tot betaling van de transitievergoeding niet kan volstaan met verweer maar een tegenverzoek binnen de vervaltermijn moet indienen.

De Overbruggingsregeling Transitievergoeding kleine werkgevers

Omdat bij de invoering van de WWZ en de transitievergoeding veel werkgevers hierop niet waren voorbereid, kunnen kleine werkgevers met slechte bedrijfseconomische omstandigheden tot 2020 onder voorwaarden gebruik maken van deze Overbruggingsregeling. Een kleine werkgever is een werkgever met gemiddeld minder dan 25 werknemers in dienst (periode 1 juli tot en met 31 december in het jaar voorafgaand aan het jaar van indiening van de ontslagaanvraag). De hoogte van de transitievergoeding is dan lager, omdat bij de vaststelling van het aantal gewerkte jaren de jaren voorafgaand aan 1 mei 2013 niet worden meegenomen. De Overbruggingsregeling kent een drietal strikte en cumulatieve voorwaarden:

  • over de drie boekjaren voorafgaand aan het jaar waarin de ontslagaanvraag wordt gedaan, is het netto resultaat kleiner dan nul, én
  • de waarden van het Eigen Vermogen van de onderneming is negatief aan het einde van het boekjaar waarin de arbeidsovereenkomst eindigt, én
  • de waarde van de Vlottende Activa is kleiner dan de schulden minder dan één jaar aan het einde van het boekjaar, voorafgaand aan het boekjaar waarin de ontslagaanvraag is ingediend.

Aanvraag Overbruggingsregeling UWV

Om aanspraak te kunnen maken op deze overbruggingsregeling kan een werkgever het UWV vragen een oordeel te geven of de Overbruggingsregeling van toepassing is. De kleine werkgever dient deze aanvraag tegelijkertijd aan te vragen met de ontslagvergunning. Als de werkgever dat nalaat, kan alleen de kantonrechter nog worden verzocht een oordeel te geven over de toepasselijkheid van deze regeling. Een beroep of een verzoek tot toepassing van de Overbruggingsregeling staat echter los van de door UWV afgegeven verklaring.

Vervaltermijnen verzoekschriftprocedure kantonrechter

Als de werkgever en de werknemer van mening verschillen of de reguliere transitievergoeding óf de lagere transitievergoeding verschuldigd is, kunnen partijen een verzoek indienen bij de kantonrechter. Er geldt een vervaltermijn van drie maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd. Een vervaltermijn kan niet worden gestuit en zal door een rechter ambtshalve worden getoetst. is het verzoek te laat ingediend dan is het verzoek niet ontvankelijk.

Recente uitspraak rechtbank Gelderland (ECLI:NL: RBGEL:2017:2159)

De feiten

De arbeidsovereenkomst van de werknemer eindigt op 1 oktober 2016 nadat de werkgever toestemming heeft verkregen van UWV tot opzegging. Het UWV heeft een verzoek van de werkgever op de Overbruggingsregeling afgewezen omdat niet aan alle voorwaarden is voldaan. De werknemer verzoekt de kantonrechter de werkgever te veroordelen tot het betalen van de transitievergoeding. De werkgever verweert zich op 27 januari 2017 en beroept zich er onder meer op dat het betalen van de transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Het oordeel

De kantonrechter kwalificeert het verweer van de werkgever als een zelfstandig tegenverzoek. Echter dit tegenverzoek is gedaan ná de periode van drie maanden en de kantonrechter oordeelt dat het tegenverzoek niet ontvankelijk is. Tevens faalt het beroep van de werkgever dat het toekennen van enig bedrag naar maatstaven van redelijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Redelijkheid en billijkheid vormen in dit kader geen grond om de transitievergoeding niet toe te kennen.

Conclusie

Indien een kleine werkgever aanspraak wil maken op het betalen van een lagere transitievergoeding is het belangrijk in elk geval tegelijkertijd met de ontslagaanvraag een aanvraag te doen in aanmerking te komen voor de Overbruggingsregeling transitievergoeding kleine werkgevers. Echter een beroep of verzoek om toepassing van de Overbruggingsregeling staat los van de door UWV afgegeven verklaring.

Indien er discussie bestaat tussen werkgever en werknemer over de hoogte van de transitievergoeding is het voor een werkgever en werknemer belangrijk tijdig een verzoek of tegenverzoek in te dienen bij de kantonrechter. Een werknemer kan wachten met het doen van een verzoek tot het betalen van de transitievergoeding tot vlak voor het verstrijken van de vervaltermijn, in welk geval een werkgever het risico loop te laat te zijn met het indienen van een tegenverzoek.