Prepensioen mag niet altijd worden gekort op een WW uitkering

De Centrale Raad van Beroep heeft op 6 september 2017 in vijf zaken uitspraak gedaan over de vraag wanneer een prepensioen in mindering mag worden gebracht op een werkloosheidsuitkering (WW uitkering).Uitgangspunt is dat zo’n prepensioen in mindering wordt gebracht op de WW-uitkering. Daarop bestaat een uitzondering, namelijk als de betrokkene dit prepensioen al ontving vóórdat hij werkloos werd en dit prepensioen betrekking heeft op een eerder verlies van arbeidsuren.

In de uitspraken van 6 september 2017 heeft de Centrale Raad van Beroep nader uiteengezet wanneer bedoelde uitzondering zich voordoet.

In artikel 3:5, eerste lid, aanhef en onder a, van het Algemeen Inkomensbesluit socialezekerheidswetten (AIB) was geregeld dat voor de Werkloosheidswet tot inkomen wordt gerekend een uit een dienstbetrekking voortvloeiende periodieke uitkering bij wijze van oudedagsvoorziening, dan wel een uitkering die voorafgaat aan die uitkering of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet. Op grond van artikel 3:5, derde lid, van het AIB werd – in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, – niet tot het inkomen gerekend een uitkering die door de uitkeringsgerechtigde werd ontvangen en die betrekking heeft op een eerder verlies aan arbeidsuren.

Bron: www.rechtspraak.nl, Nieuwsbericht Centrale Raad van Beroep