School is volledige transitievergoeding verschuldigd aan werknemer die bijna AOW leeftijd bereikt

Het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat het niet de bedoeling van de WWZ wetgever is geweest de transitievergoeding te ontzeggen aan de werknemer die een IVA uitkering heeft en bijna de AOW gerechtigde leeftijd bereikt.De feiten

De werknemer is geboren in 1952 en bereikt in 2018 de AOW gerechtigde leeftijd. Vanaf 1978 is werknemer werkzaam bij een school als docent Frans. Aan werknemer is door UWV een IVA uitkering toegekend. Met toestemming van UWV wordt hem ontslag verleend per 23 augustus 2016. De school weigert de transitievergoeding van 73.541,42 euro uit te keren. De werknemer stapt naar de kantonrechter. De kantonrechter in Eindhoven overweegt dat de wetgever in de omstandigheid van werknemer een transitievergoeding heeft ontzegd, omdat er wat betreft de mogelijkheid van transitie naar een andere baan nauwelijks verschil is tussen de bedoelde werknemer die de AOW gerechtigde leeftijd bereikt. De kantonrechter acht het gelet op de omstandigheden echter niet redelijk een volledige transitievergoeding toe te kennen en kent een gedeeltelijke transitievergoeding toe van 25.000 euro. De werknemer gaat in hoger beroep.

Het oordeel van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch (ECLI:NL:GHSHE:3263)

De werknemer stelt zich op het standpunt dat hij op grond van artikel 7:673 lid 1 BW aanspraak maakt op een transitievergoeding en dat de redelijkheid ex artikel 6.2 BW en artikel 6:248 BW toepassing mist. Het Gerechtshof overweegt dat de WWZ wetgever de toepassing van de redelijkheid ex artikel 6.2 BW (als de transitievergoeding voortvloeit uit een verbintenis uit de wet) of artikel 6:248 BW (als de vergoeding voortvloeit uit de arbeidsovereenkomst) niet heeft uitgesloten.

Echter gelet op de feiten en omstandigheden is het toekennen van de volledige transitievergoeding volgens het Gerechtshof niet onaanvaardbaar.

Het Gerechtshof oordeelt dat de transitievergoeding een tweeledig doel kent, namelijk compensatie voor (gevolgen van) ontslag én het inzetten van de middelen voor het vinden van den andere baan.

Voor de IVA gerechtigde (ook als de situatie dat de volledig arbeidsongeschikte werknemer niet zal verbeteren) geldt gelet op de parlementaire geschiedenis, dat de transitievergoeding dient als compensatie voor de gevolgen van ontslag en bijvoorbeeld kan worden aangewend voor (tijdelijke) compensatie van verlies aan inkomen dat met ontslag gepaard kan gaan. Daarnaast geldt dat een uitzondering voor een langdurig zieke in strijd is met het beginsel van gelijke behandeling.

Het feit dat de werknemer bijna de AOW gerechtigde leeftijd bereikt is tevens geen grond voor het toekennen van een lagere transitievergoeding. De werkgever beroept zich op aanbeveling 3.5 van de indertijd toegepaste kantonrechtersformule, dat als de verwachte inkomstenderving tot aan pensionering lager is dan de vergoeding, de vergoeding wordt berekend op basis van de inkomstenderving. Gelet op de bedoeling van de WWZ wetgever faalt ook dit beroep.

Het Gerechtshof ziet gelet op de feiten en omstandigheden, ook in onderlinge samenhang bezien, geen aanleiding de toekenning van de volledige transitievergoeding onaanvaardbaar te achten. De school dient alsnog de volledige transitievergoeding te betalen.