Uitspraak Hoge Raad over belemmeringsverbod WAADI en de zzp’er

In zijn arrest van 14 april 2017 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het belemmeringsverbod artikel 9a WAADI niet alleen geldt voor arbeidsovereenkomsten, maar ook geldt voor andere arbeidsverhoudingen. Hierdoor kan het belemmeringsverbod ook van toepassing zijn op de zzp’er.

De feiten

Een werknemer is door zijn werkgever gedetacheerd bij een huisartsenpraktijk. De werknemer zegt de arbeidsovereenkomst op en is daarna als zzp’er gaan werken bij de huisartsenpraktijk. In de arbeidsovereenkomst was een concurrentie- en relatiebeding overeengekomen.

De kantonrechter oordeelt dat de werknemer gehouden is aan het concurrentie- en relatiebeding. In Hoger beroep wordt het concurrentie- en relatiebeding door het Gerechtshof gedeeltelijk geschorst. Omdat de werknemer de werkzaamheden voortzet als zzp’er, kan er geen beroep worden gedaan op de beschermende werking van het belemmeringsverbod.

Het oordeel van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2017:689)

De Hoge Raad begint de uitspraak met een weergave van artikel 9a WAADI. Uit de tekst van artikel 6 lid 2 van de Uitzendrichtlijn volgt dat het belemmeringsverbod in de richtlijn niet alleen betrekking heeft op het sluiten van een arbeidsovereenkomst, maar ook op het tot stand komen van een ‘arbeidsverhouding’.

Uit het arrest Ruhrlandkliniek van het Hof van Justitie volgt dat artikel 9a WAADI in overeenstemming met artikel 6 lid 2 van de Uitzendrichtlijn moet worden uitgelegd.

Uit artikel 6 lid  van de Uitzendrichtlijn volgt dat het belemmeringsverbod niet alleen betrekking heeft op het sluiten van een arbeidsovereenkomst, maar op het tot stand komen van een arbeidsverhouding.

Er is sprake van een arbeidsverhouding als een persoon gedurende een bepaalde tijd voor een ander en onder diens leiding prestatie levert en in ruil daarvoor een vergoeding ontvangt, waarbij de juridische kwalificatie naar nationaal recht en de vorm van deze verhouding, evenals de aard van de rechtsbetrekking tussen deze twee personen in dit opzicht niet doorslaggevend is.

Volgens de Hoge Raad heeft het Gerechtshof een onjuiste uitleg aan artikel 9a WAADI gegeven door het belemmeringsverbod te beperken tot het geval dat het beding de werknemer verhindert bij de inlener in dienst te treden.

De Hoge Raad heeft de zaak verwezen naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch om te onderzoeken of de rechtsverhouding voldoet aan de bedoelde omschrijving van het begrip ‘arbeidsverhouding’.

Indien dat het geval is, treft het belemmeringsverbod het beding ook voor het betrekking heeft op die rechtsverhouding.