Uurtarief inclusief transitievergoeding houdt geen stand

Sinds de invoering van de Wet Werk en Zekerheid is de werkgeer de wettelijke transitievergoeding verschuldigd als een arbeidsovereenkomst na minimaal 24 maanden eindigt op initiatief van de werkgever. Kan de transitievergoeding al bij voorbaat worden doorberekend in het bruto uurloon van een werknemer?

De rechtbank Rotterdam heeft recent geoordeeld over de vraag of het mogelijk is de transitievergoeding weg te contracteren door met de werknemer af te spreken dat de transitievergoeding in het brutoloon is verdisconteerd.

In deze zaak ging het om een payrollwerkgever die een oplossing bedacht voor het feit dat na 24 maanden dienstverband aan de werknemer een transitievergoeding verschuldigd zou zijn. Voor de payrollwerkgever zou dat bezwaarlijk zijn omdat de transitievergoeding niet kon worden doorberekend aan de opdrachtgever. In de arbeidsovereenkomst werd daarom een bepaling opgenomen dat het uurloon inclusief een eventuele transitievergoeding is. Tevens werd daarbij bepaald dat het uurloon met terugwerkende kracht zou worden verlaagd in het geval achteraf zou blijken dat geen recht op een transitievergoeding bestaat.

Toen de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd na twee jaar van rechtswege eindigde, stelde de werkgever zich op het standpunt dat de transitievergoeding reeds was voldaan. De werknemer was het hiermee niet eens en verzocht de kantonrechter de werkgever te veroordelen tot het betalen van de transitievergoeding.

De kantonrechter oordeelde dat de transitievergoeding in beginsel altijd verschuldigd is wanneer aan de in de wet genoemde criteria is voldaan. De wetgever heeft het financiële risico hiervan bij de werkgever gelegd en slechts in uitzonderlijke gevallen kan worden aanvaard dat de werkgever de financiële risico’s op zijn beurt bij de werknemer legt. Van een dergelijk uitzonderlijk geval is in deze zaak geen sprake.  De payrollwerkgever kiest er immers zelf voor om de transitievergoeding niet door te berekenen aan de opdrachtgevers. Om die reden wordt de werknemer in het gelijk gesteld.

Bron: rechtbank Rotterdam 19 oktober 2016 (ECLI:RBRT:2016:7942)