Verstoorde verhouding tussen collega’s, geen ontbinding

Onder de Wet Werk en Zekerheid kan een arbeidsovereenkomst worden ontbonden wanneer er sprake is van een verstoorde verhouding op grond van artikel 7:699 lid 3 sub g BW. Een ontbinding op deze grond wordt niet zomaar gehonoreerd. Een recente uitspraak van de kantonrechter Utrecht is daarvan een voorbeeld, waarbij wordt geoordeeld dat de g-grond niet ziet op de horizontale arbeidsrelaties.

De verstoorde verhouding onder de Wet Werk en Zekerheid

Onder het oude recht, vóór 1 juli 2015, was het mogelijk voor kantonrechters om met de kantonrechtersformule een ‘correctie’ toe te passen ten gunste van de werknemer. De rechter had daarbij de mogelijkheid de arbeidsovereenkomst vanwege een verstoorde verhouding te ontbinden en de werknemer ter compensatie een hogere vergoeding toe te kennen. Deze mogelijkheid is sinds de invoering van de Wet Werk en Zekerheid verdwenen. Rechters kunnen enkel de transitievergoeding of in uitzonderingssituaties een billijke vergoeding toekennen.

In de afgelopen periode zijn er geregeld uitspraken, waarbij de rechter wel oordeelt dat er sprake is van een verstoorde verhouding, maar toch de arbeidsovereenkomst in stand laat, omdat er geen sprake is van een ernstig en duurzaam verstoorde verhouding, omdat de verstoorde verhouding aan de werkgever te wijten is of omdat de werkgever er niet alles aan gedaan heeft om de oorzaak van de verstoorde arbeidsverhouding weg te nemen. Ook geldt sinds de Wet Werk en Zekerheid een herplaatsingsplicht.

Recente rechtspraak wijst uit dat veel minder ontbindingsverzoeken dan voorheen toegewezen worden.

In de zaak die voorlag bij de kantonrechter Utrecht is sprake van een verstoorde verhouding tussen de werknemer en de collega’s.

De feiten

De werknemer is sinds 2009 in dienst als programmaregisseur bij de werkgever bij SKU. De Radboud Honours Academy (RHA) is een onderdeel van SKU. De werknemer is met collega’s A en B bezig in het opzetten voor een programma voor RHA. Het bureau groeit snel en in september 2014 zijn er zeven werknemers. Het College van Bestuur van de Radboud Universiteit ontvangt in die periode meldingen over de werknemer en de collega’s A en B. Er wordt een onderzoek ingesteld door een ad-hoc commissie, die constateert dat er sprake is van een structureel verziekte werksfeer en gebrek aan sturing. Er is tevens melding gedaan van seksuele intimidatie door de werknemer.

De werknemer wordt op non-actief gesteld en SKU verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van verstoorde verhoudingen tussen de werknemer en andere vrouwelijke medewerkers (de g-grond) of andere omstandigheden (de h-grond).

Oordeel kantonrechter (Rechtbank Gelderland, 12 januari 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:86)

De kantonrechter oordeelt dat de verhoudingen verstoord zijn tussen het college en de werknemer, maar niet zodanig ernstig en duurzaam dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet gevergd kan worden.  De werkgever heeft met name onderbouwd dat de arbeidsrelatie tussen de werknemer en de collega’s, de horizontale arbeidsverhouding is verstoord. De ontslaggrond ziet echter op de verticale verhouding, de werkgever en de werknemer. De verstoorde relatie tussen collega’s valt volgens de rechter niet onder de g-grond.  Ook de ontbinding op de h-grond wordt niet gehonoreerd.