De WNT en de billijke vergoeding

Recent heeft de kantonrechter Utrecht bij het bepalen van de billijke vergoeding in het kader van een ontbindingsverzoek naast de ernst van het verwijt van de werkgever ook laten meewegen dat de Wet Normering topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) op de arbeidsrelatie van toepassing is.De feiten

De werknemer is door de Raad van Toezicht in 2006 benoemd als voorzitter en enig lid van de raad van bestuur van een zorginstelling. In 2015 heeft een vestigingsmanager ontslag genomen en als reden de houding van de werknemer genoemd. Ook enkele andere werknemers hebben opmerkingen gemaakt over de houding van werknemer. Onder begeleiding van een derde zijn in 2015 een aantal gesprekken gevoerd om de communicatie en samenwerking te verbeteren.

In maart2017 melden twee vestigingsmanagers zich met klachten bij de raad van toezicht. Vervolgens wordt de werknemer gemeld dat de raad van toezicht afscheid van haar wil nemen en de werknemer wordt onmiddellijk op non-actief gesteld. De OR wordt gevraagd om advies ten aanzien van dit voorgenomen besluit. Op verzoek ván de werknemer wordt op grond van de arbeidsovereenkomst een Commissie van Advies en Bemiddeling ingesteld. De OR adviseert positief over het voorgenomen ontslag. De werkgever dient een verzoek tot ontbinding in op g-grond (verstoorde verhoudingen) en subsidiair op de h-grond (andere omstandigheden.

Het oordeel van de rechtbank Midden Nederland (ECLI:NL:RBMNE:2017:5467)

De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst op de g-grond. Er is onwerkbare situatie ontstaan van de werknemer als voorzitter en lid van de raad van bestuur afgezien van de vraag of de raad van toezicht dat op goede gronden heeft gedaan. Op de vraag of het herstel van de arbeidsrelatie nog mogelijk is weegt het advies van de OR en de Commissie van Advies zwaar, die geen reële mogelijkheid zen voor een toekomstige werkbare situatie. Gelet op de functie van voorzitter en lid van de raad van bestuur ligt herplaatsing niet in de rede.

De werkgever wordt ernstig aangerekend dat de werknemer op non-actief is gesteld en dat in dat stadium door de werkgever conform de arbeidsovereenkomst de Commissie van Advies en Bemiddeling niet is ingeschakeld. Deze gang van zaken wekt sterk de indruk van een ontslag op staande voet en is onnodig beschadigend voor de werknemer. Als goed werkgever had de zorginstelling de twijfels die kennelijk al langere tijd bij haar leefden met de werknemer moeten bespreken. In het functioneringsgesprek van eind 2016 is daarover niet gesproken.

De kantonrechter oordeelt dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en kent naast de transitievergoeding een billijke vergoeding toe. Bij het bepalen van de hoogte daarvan houdt de kantonrechter rekening met alle omstandigheden. Naast de ernst van het verwijt van de werkgever moet naar het oordeel van de kantonrechte meewegen dat de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) van toepassing is. Deze wet normeert de salarissen en ontslagvergoedingen aan topfunctionarissen van werkgevers met een publieke taak. Het gaat om publiek geld dat primair aangewend dient te worden voor de publieke taak, in dit geval de zorg. Alle omstandigheden in aanmerking genomen wordt de billijke vergoeding bepaalt op 50.000 euro.

Conclusie

Het standpunt dat publiek geld in casu primair bedoeld is voor de zorgverlening is vanuit maatschappelijk opzicht begrijpelijk. Tegelijkertijd beperkt de WNT de gevolgen van ernstig verwijtbaar handelen van een werkgever van een WNT plichtige instelling. Het is afwachten hoe andere rechters zullen gaan oordelen over de billijke vergoeding bij een WNT plichtige instelling.