Update ‘Slapende dienstverbanden’

Aan de Hoge Raad zijn prejudiciële vragen gesteld over de problematiek van de zogenaamde ‘slapende dienstverbanden bij arbeidsongeschikte werknemers. De vraag is of een werkgever vanwege het bestaan van de Wet Compensatie Transitievergoedingen het dienstverband slapend mag houden. Op 18 september heeft de AG een advies gegeven aan de Hoge Raad.De AG heeft advies gegeven aan de Hoge Raad over de zogenaamde ‘slapende dienstverbanden’ (ECLI:NL:PHR:2019:899).

De kern van het advies is als volgt:

‘Als uitgangspunt heeft te gelden dat een werkgever op grond van de norm van goed werkgeverschap (artikel 7:611 BW) gehouden is om in te stemmen met een voorstel van de werknemer tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden, onder toekenning een bedrag ter hoogte van de transitievergoeding, indien is voldaan aan de vereisten in artikel 7:699 lid 3 aanhef en onder b, BW.

Op dit uitgangspunt dient een uitzondering te worden gemaakt, wanneer, op grond van door de werkgever te stellen en zo nodig te bewijzen omstandigheden, moet worden geoordeeld dat de werkgever een rechtvaardig belang heeft hij instandhouding van de arbeidsovereenkomst.

Hierbij kan aan de volgende omstandigheden worden gedacht:

  1. het bestaan van reële re-integratiemogelijkheden voor de werknemer, waardoor de werkgever een belang heeft bij het in dienst houden van de werknemer;
  2. voor de periode tot aan de inwerking treding van de Wet Compensatie Transitievergoeding: financiële problemen van de werkgever door het moeten voorfinancieren van de transitievergoeding;
  3. het niet (geheel of gedeeltelijk) gecompenseerd krijgen van de transitievergoeding. Hierbij zou een onderscheid kunnen worden gemaakt tussen omstandigheden (die debet zij aan het niet of niet volledig gecompenseerd krijgen van de transitievergoeding die in de risicosfeer van de werkgever liggen en omstandigheden die in de risicosfeer van de werknemer liggen);
  4. mogelijk andere belangen van de werkgever bij het in dienst houden van de werknemer, anders dan de enkele wens om de transitievergoeding niet te hoeven betalen.

Het bovenstaande is een advies van de AG. Het is afwachten hoe de Hoge Raad uiteindelijk gaat beslissen en of de Hoge Raad het advies van de AG zal volgen.