Bovenwettelijke WW uitkering op grond van toepasselijke Cao

Een werkgever en werknemer kunnen afspreken dat een Cao van toepassing is op de arbeidsovereenkomst, hoewel die eigenlijk niet van toepassing is op werkgever. Werknemer maakt op basis van deze overeengekomen afspraken aanspraak op een bovenwettelijke WW uitkering.

De feiten

Werknemer heeft van november 2009 tot augustus 2012 op basis van elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten met Stichting Sité. In deze periode heeft werknemer uitsluitend gewerkt bij Leeuwenborgh. Op de arbeidsovereenkomst is de Cao Beroepsonderwijs en Volwasseneducatie van toepassing verklaard.

Na het einde van de arbeidsovereenkomst vraagt werknemer een bovenwettelijke WW uitkering aan bij WW plus. WW plus wijst dit verzoek af, omdat zij namens de werkgever geen bovenwettelijke WW uitkeringen uitvoert. De werkgever en Leeuwenborgh betwisten dat werknemer aanspraak heeft op een bovenwettelijke uitkering. De werknemer heeft een procedure bij de kantonrechter aangespannen tot uitkering op grond van de overeengekomen Cao. De kantonrechter wijst de vordering af, omdat de Stichting Sité geen instelling is in de zin van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB). Werknemer komt in hoger beroep.

Uitspraak Gerechtshof Den Bosch (ECLI:HGSHE:2019:3181)

Het Gerechtshof Den Bosch komt op 27 augustus 2019 tot een ander oordeel. Het Gerechtshof oordeelt dat de Cao in de arbeidsverhouding tussen de Stichting Sité en de werknemer doorwerkt. Daarbij is van belang dat de arbeidsovereenkomst is gesloten met de Stichting Sité, terwijl de Cao Beroepsonderwijs en Volwasseneducatie als zodanig alleen geldt voor Leeuwenborgh. Dit staat er echter niet aan in de weg dat een werkgever en werknemer kunnen afspreken dat in het kader van de arbeidsovereenkomst uitvoering wordt gegeven aan een bepaalde Cao. De omstandigheid dat de werkgever geen instelling is in de zin van de WEB maakt dat niet anders.

Partijen twisten vervolgens over de reikwijdte van de Cao in hun rechtsverhouding en de Stichting Sité stelt dat de Cao niet onverkort doorwerkt. Ze heeft nooit de indruk gewekt dat de bovenwettelijke uitkering van toepassing zou zijn. Naar het oordeel van het Gerechtshof is echter de Cao van toepassing verklaard en de werknemer mocht erop vertrouwen dat de hele Cao inclusief de bovenwettelijke uitkering van toepassing is. Ook het verweer van de Stichting Sité dat de werknemer niet voldoet aan de voorwaarden om aanspraak te maken op een uitkering, wordt verworpen. Partijen kunnen overeenkomen dat Stichting Sité vrijwillig de uitkering betaalt, ondanks dat zij geen instelling is van de WEB.

De vordering om Stichting Sité te veroordelen aan werknemer een uitkering te verstrekken is toewijsbaar.