In een recente uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is geoordeeld. dat de door werkgever aangevoerde precedentwerking onvoldoende is om een werknemer te houden aan een concurrentiebeding.

Een werknemer is gebonden aan een concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst als dat beding rechtsgeldig is overeengekomen. Een rechter kan op grond van artikel 7:653 lid 4 BW het concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk vernietigen, indien in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever, de werknemer door dit beding onbillijke wordt benadeeld. Dit speelde ook in de kwestie bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2022:144). Hoe werd de afweging gemaakt?

De feiten

Werknemer is vanaf 1 januari 2017 bij werkgever, een detacheringsbureau, in dienst. Werknemer heeft daar een opleidingstraject gevolgd voor schadeadviseur. Vanaf 1 januari 2020 is werknemer gaan werken bij een ander detacheringsbureau, een directe concurrent van werkgever. De kantonrechter heeft geoordeeld dat werknemer door het concurrentiebeding onbillijk wordt benadeeld. De werkgever komt in hoger beroep en vordert dat het Gerechtshof het vonnis vernietigd.

Het oordeel van het Gerechtshof

Het Gerechtshof oordeelt dat het concurrentiebeding rechtsgeldig is overeengekomen. Het Gerechtshof weegt de belangen van de werknemer en werkgever vervolgens af.

De werknemer heeft op grond van artikel 19 lid 3 Grondwet het recht van vrije arbeidskeuze. Door de overstap te maken naar een andere werkgever is er sprake van een positieverbetering van de werknemer.

De werkgever voert aan dat zij onbillijk wordt benadeeld vanwege de specifieke kennis en kunde die de werknemer tijdens het dienstverband heeft opgedaan, door de investeringen in de opleiding van de werknemer en de precedentwerking.

Het Gerechtshof stelt vast dat het belang van de werkgever bij het terugverdienen van de opleiding van werknemer ook (deels) wordt beschermd door het tussen werkgever en werknemer gesloten studiekostenbeding. Ten aanzien van de aangevoerde precedentwerking wordt overwogen, dat een werkgever een concurrentiebedingĀ  mag bedingen om haar bedrijfsdebiet (opgebouwde knowhow en goodwill) te beschermen. Maar een concurrentiebeding is niet bedoeld om werknemers te binden. Het enkele feit dat een werknemer in de uitoefening van zijn functie kennis en ervaring heeft opgedaan, betekent nog niet dat de werkgever bij vertrek van de werknemer, en ook naar een concurrent, is aangetast in haar bedrijfsdebiet. De werkgever heeft geen feiten gesteld dat er op een andere wijze het bedrijfsdebiet is aangetast. Een concurrentiebeding is niet bedoeld om het verdienmodel van de werkgever te beschermen. Het belang bij het voorkomen van precedentwerking is ook geen element dat rechtstreeks het bedrijfsdebiet raakt.

Dit alles maakt dat de belangenafweging in het voordeel uitpakt van de werknemer. Het Gerechtshof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.

Heeft u vragen over een concurrentie- en/of relatiebeding. Neem dan contact met ons op. We zijn u graag van dienst.